Verhoging bijtelling elektrische auto geen schending eigendomsrecht
Een werknemer bestelt op 2 april 2019 een elektrische auto van de zaak. De verwachte levertijd bedraagt op dat moment ongeveer 12 maanden. Op het moment van bestellen gaat de medewerker ervan uit dat de bijtelling 4% zou bedragen. Op 28 juni 2019 wordt aangekondigd dat de bijtelling stapsgewijs zal worden verhoogd. In 2020 geldt een bijtelling van 8%. De auto wordt uiteindelijk in 2020 geleverd. Voor de bijtelling in 2020 gaat de werkgever uit van 8% van de catalogusprijs, conform de nieuwe regels. De werknemer corrigeert dit in zijn aangifte inkomstenbelasting naar 4%, het percentage van 2019, omdat hij de auto al in 2019 had besteld.
Fair balance
De werknemer stelt dat de wetgever het eigendomsrecht heeft geschonden (geen fair balance) door geen overgangsrecht op te nemen voor gevallen waarin voorafgaand aan de aankondiging van de verhoging van de bijtelling al onomkeerbare (financiële) verplichtingen zijn aangegaan. De rechtbank gaf de werknemer gelijk en oordeelde dat er geen sprake was van een fair balance. De inspecteur gaat vervolgens in hoger beroep.
Ruime beoordelingsmarge
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de gevolgen voor de specifieke groep die al een auto had besteld wel degelijk zijn meegewogen. De wetgever wilde oversubsidiëring voorkomen en de focus verleggen naar betaalbaardere elektrische auto's. Mensen kunnen er in het algemeen niet op vertrouwen dat belastingwetgeving ongewijzigd blijft. De wetgever is met de gemaakte afweging niet buiten zijn ruime beoordelingsmarge getreden. De verhoging van het bijtellingspercentage vormt geen onaanvaardbare inbreuk op het eigendomsrecht.